HomeNieuwsDirk van Dijk 25 jaar Statenlid

Dirk van Dijk 25 jaar Statenlid

Publicatiedatum: 10 jul. 2019

 

Ga nooit onnodig op iemands tenen staan

 

Provinciale Staten functioneren met de waardigheid van de Senaat

Dirk van Dijk (67) uit Genemuiden; een leven lang actief in de politiek. Maar liefst een kwarteeuw zit hij al in de Provinciale Staten van Overijssel. Onlangs werd bij deze mijlpaal uitgebreid stilgestaan met een receptie. 25 jaar onafgebroken politiek handwerk naast een gewone baan in het dagelijkse leven. Waarden die niet veel Statenleden halen. Dirk van Dijk is dan ook al 12 jaar het langstzittende Overijsselse Statenlid en dus de nestor, wat hem bij speciale gebeurtenissen nog extra gelegenheid geeft om, namens de Staten, zijn zegje te doen. 

Ooit begon hij als gemeenteraadslid in Genemuiden. Hij is onderwijzer van origine met een aangenaam rustige spreektrant. In gesprek met Dirk van Dijk hoef je geen woord te missen. En hij heeft heel wat te vertellen. 

Genemuiders voelen saamhorigheid

Een Genemuider van den bloede die vergroeid is met de nijvere tapijtstad aan het Zwarte Water waar de onderlinge verbondenheid nog altijd realiteit is. “Ik volgde de eerste twee jaar van de toenmalige kweekschool in Zwolle. Daar ging ik samen naartoe met Tiemen van Dalfsen en Gert van Leeuwen, die ik later in de gemeenteraad tegenkwam voor de PvdA en het CDA. Na de raadsvergadering stonden we vaak nog lang na te praten voor het gemeentehuis. Soms kwam dan ds. Pieters langslopen en die mocht ook meedoen. Met wel eens verrassende uitkomsten. Zo vertelde een PvdA-raadslid dat hij nog altijd dooplid was in de Nederlandse Hervormde Kerk, waarop ds. Pieters dan wat plagerig zei: “Dus dan hoor je eigenlijk nog steeds bij ons, kan ik een afspraak maken voor een gesprek?” Ja, mooie tijd.”

Warm hart voor Overijssel

Zijn Statenwerk gaf hem de gelegenheid zijn blik te verbreden over heel Overijssel. Dat leverde hem een warm hart op voor alle noeste werkers en inwoners door heel de provincie. “Er gebeuren zo veel mooie dingen; daar moeten we veel meer oog voor krijgen. Wat dat betreft vind ik het ook zo mooi dat we deze periode echt meedoen aan het College van Gedeputeerde Staten met een eigen gedeputeerde. Nota bene: na ruim 100 jaar SGP en ruim 90 jaar Overijssel doen we mee. Gert Harm ten Bolscher is daar uitermate geschikt voor én hij heeft landbouw in zijn portefeuille. Dat is een bedrijfstak waar we ons van oudsher sterk mee verbonden voelen. Al die agrarische ondernemers die zo goed hun best doen, maar altijd zo veel te verstouwen krijgen op het gebied van wet- en regelgeving, die verdienen een goed landbouwbeleid. Er moet evenwicht komen in de afweging van belangen tussen een gezonde landbouwsector en een zorgvuldige omgang met de natuur. Daar mogen we nu, ook vanuit het dagelijks bestuur van de provincie onze bijdrage aan leveren.”

Geleidelijk betrokken bij de provinciale politiek

Dirk van Dijk raakte geleidelijk betrokken bij de provinciale politiek. Hij was secretaris van de Overijsselse afdeling van de SGP en zo kwam hij ook op de provinciale SGP-lijst terecht. “De SGP heeft al lange tijd twee zetels in de Provinciale Staten gehad, maar wilde altijd wel graag één Statenlid uit West-Overijssel en één uit Oost-Overijssel te hebben. Op die manier hou je contact met beide delen van de provincie. Ruim 25 jaar geleden zat Enternaar Gerrit Morsink in de Staten en toen Henk Wolterink uit Rijssen wegens gezondheidsredenen moest stoppen, was ik als eerste opvolger aan de beurt om zitting te nemen. Ik had al wat langere tijd als een soort fractievolger gefungeerd en kreeg ik alle provinciale stukken toegestuurd, dus helemaal onbekend was het statenwerk mij niet.”

Blij met eigen gedeputeerde

Dirk van Dijk is dankbaar voor de uitkomst van de laatste collegeonderhandelingen. “Toen we een gedeputeerde mochten leveren, heb ik ook direct gezegd dat Gert Harm ten Bolscher dat zou moeten worden. Als hij niet gewild had, was ik er niet voor weggelopen, maar deze oplossing is veel beter. Ik ben 67, Magdalien en ik hebben een groot gezin en inmiddels ook zeven kleinkinderen. Magdalien stond er altijd achter wat ik deed. Ook toen ik nog directeur van de basisschool was. Destijds stond ik als directeur ook nog altijd vier dagen voor de klas. Magdalien is ook leerkracht en als ik dan soms naar een bijeenkomst moest, heeft ze me meer dan eens een dag vervangen. Nu ben ik gepensioneerd en dit geeft ons toch wat meer vrijheid om andere dingen te doen.”

Ga niet op onnodig op iemands tenen staan

Hij wil best toegeven dat hij nog altijd volop geniet van het statenwerk, het politieke handwerk en het debat. “Natuurlijk doorloop je een leerproces. Je komt als betrekkelijk jonge hond in zo’n gevestigde orde terecht en toen heb ik wel eens een gevoelige snaar geraakt. Overigens neem ik nog steeds geen blad voor de mond. Je hebt een politiek principe en het is een groot voorrecht dat we dat in ons land ook mogen uitdragen. Maar je moet niet onnodig op iemands tenen gaan staan. Als je daar rekening mee houdt, kun je in feite alles kwijt in de politieke arena van Overijssel.”

Provinciale Staten lijken op de Senaat

Hij is intussen aan zijn vierde Commissaris van de Koning(in) toe en bewaart warme herinneringen aan markante Statenleden van destijds. “Toen ik begon was Jan Hendrikx Commissaris der Koningin, een aimabele man met een fijnzinnig gevoel voor humor. Johan Oldenburger van het GPV was er toen nog en RPF-statenlid en nestor Gerrit Verwoerd waar je met groot plezier naar luisterde. Die kon zich zó bloemrijk uitdrukken, dat was een verademing. Vergeet niet dat de Provinciale Staten een bedaard en senaatachtig imago hebben. Nog stééds. De politieke partijen doen heel veel samen en heel veel besluiten worden unaniem of met grote meerderheden genomen. In onze eigen fractie heb ik de goede samenwerking met Gerrit Morsink, Jan Slagman en Gert Harm ten Bolscher altijd zeer gewaardeerd.”

Waardering voor iedereen die zich inzet voor de gemeenschap

Dirk van Dijk heeft vele debatten meegemaakt en over vele onderwerpen zijn staatkundig gereformeerde licht laten schijnen. “Veel debatten gaan over zakelijke onderwerpen, maar ook je binnenste beweegredenen komen soms ter sprake als het gaat over gevoelig liggende zaken. Maar ik heb toch altijd kunnen zeggen wat ik vond dat ik moest zeggen. Je staat voor een beginsel en ik heb nog wel eens ervaren dat je dan ook gesterkt wordt om te zeggen wat gezegd moet worden op moeilijke momenten. Daarnaast heb ik grote waardering voor al die mensen die zich inzetten voor de gemeenschap en dat doen ze allemaal vanuit hun eigen overtuiging. Ik vind dat heel mooi ook al ben ik het er niet altijd mee eens.”
 

Willem van Oranje als identificatiefiguur en niet Ghandi

Kennis van de geschiedenis is belangrijk om goed het debat aan te gaan. “Je moet weten waar de wortels van onze Nederlandse identiteit liggen. Neutraliteit bestaat immers niet. Het nog altijd de strijd tussen geloof en ongeloof. Wat dat betreft heeft Groen van Prinsterer met zijn werk Ongeloof en Revolutie een zeer profetisch werk geschreven waar ik veel aan heb gehad en waar ik nog wel eens uit citeer. Soms zijn er ook andere mogelijkheden om wat te zeggen. Vorig jaar hadden we als fractievoorzitters een training en daar moesten we een lijstje maken met identificatiefiguren. Ik had Willem van Oranje genoemd. En toen moest ik naderhand uitleggen waarom ik dat zo’n inspirerend figuur vond. Ik heb toen verwezen naar het Wilhelmus omdat hij daarin zo’n geweldige identiteitsverklaring afgeeft. Hij zegt daarin dat het volk niet alles van hem moet verwachten, dat hij van zichzelf afwijst en dat we juist een hoger doel hebben. Dat is een drive om nuttig te zijn voor de samenleving.”

Niet zwaarmoedig maar juist veel humor

Op bepaalde momenten ervaar ik dat we als SGP een unieke partij zijn die in dat hele politieke palet al zo lange tijd zijn eigen plaats heeft. In de Statenzaal, maar ook in de wandelgangen. Ons imago mag dan wat zwaarmoedig zijn, maar dat is echt een misvatting. Juist wij zijn in staat om te relativeren, ook onszelf en juist daarom hebben we veel humor omdat we alles in een ander perspectief zien. En dat geldt ook voor onze achterban. Als je toch ziet hoe hard daar gewerkt wordt. Kijk eens rond bij die agrariërs en op die bedrijventerreinen onder anderen bij Staphorst, Rijssen en Zwartewaterland. Hoe innovatief die jonge ondernemers daar bezig zijn, juist om onze samenleving zo goed mogelijk door te geven aan onze kinderen en kleinkinderen. Ja daar heb ik grote bewondering voor en daar kan ik van genieten.”

Auteur: Gerrit Dannenberg