6 maart 2013

Windenergie en windpark Dedemsvaart-Zuid

ZWOLLE - Woensdag 6 maart 2013 is door Provinciale Staten van Overijssel het voorstel behandeld om een procedure te starten tot vaststelling van een provinciaal inpassingsplan (PIP) m.b.t. het realiseren van Windenergie, en windpark in het kansrijk zoekgebied Dedemsvaart-Zuid.
 
Samenvatting van het voorstel.  
In de Omgevingsvisie Overijssel 2009 is het gebied Dedemsvaart-Zuid aangewezen als kansrijk zoekgebied voor het plaatsen van windmolens. De gemeente Hardenberg heeft een principeverzoek ontvangen voor het realiseren van 5 windmolens in het zoekgebied. De gemeente Hardenberg is bestuurlijk bereid hier haar medewerking aan te verlenen. Bij Gedeputeerde Staten zijn in 2012 op basis van de Crisis en herstelwet (Chw) twee principeverzoeken binnengekomen voor het plaatsen van windmolens in dat deel van het zoekgebied welk ligt op het grondgebied van Ommen. Om een goede beoordeling van de ingediende principeverzoeken mogelijk te maken hebben wij op basis van advies van ‘het Oversticht’ voor het gebied Dedemsvaart-Zuid een voorkeursopstelling voor 10 windmolens binnen de ruimtelijke kaders van de Omgevingsvisie vastgesteld. Dit kader zal dienen als beoordelingskader voor de bij u in te dienen formele verzoeken voor vaststelling van een provinciaal inpassingsplan  (PIP). Gedeputeerde Staten stelt voor kennis te nemen van haar standpunt inzake vaststelling voorkeursopstelling binnen de ruimtelijke kaders van de Omgevingsvisie voor het ontwikkelen van een windpark in het gebied Dedemsvaart-Zuid. Tevens stelt zij Provinciale Staten  voor,  in te stemmen met het voorstel om een procedure te starten tot vaststelling van een provinciaal inpassingsplan (PIP), indien een verzoek voor een PIP wordt ingediend dat in overeenstemming is met het ruimtelijk kader.
 
Namens de SGP-fractie voerde Statenlid Jan Slagman bij dit onderwerp het woord. De SGP-fractie heeft, net als meerdere fracties, in de commissievergadering kritische geluiden laten horen t.a.v. de gevolgen van de toenemende druk op Dedemsvaart-Zuid. Dit komt door de betrekkelijk nieuwe hoogspanningsleiding, aangelegd omstreeks het jaar 2000 en de in 2010 gerealiseerde N36. En die N36, voorzitter,  is zo nieuw, dat deze weg niets eens op de kaarten in het rapport van Het Oversticht voorkomt.  Daar komt dan nu de voorgenomen plaatsing van 10 windmolens bij. Hierdoor zal een cumulatie van druk op dit gebied plaatsvinden.  
 
Al deze genoemde onderdelen hebben negatieve gevolgen voor het woon- en leefmilieu, de waardevermindering van de diverse woningen, de externe veiligheid t.a.v.  mens en dier, de volksgezondheid,  enz.
 
De SGP-fractie zal t.z.t. dan ook zeer kritisch zijn t.a.v. de op te stellen Milieu Effect Rapportage (MER). De SGP-fractie wil dit benoemen en geeft daarom nu al waaraan in de MER-rapportage naar haar mening ruime aandacht zal moeten worden geschonken:
 
- De volksgezondheid. Steeds meer berichten bereiken ons over de nadelige gevolgen voor de volksgezondheid veroorzaakt door windmolens. Evenwichtsstoornissen, gehoorschade , enz.  Wordt er onder de bewoners vooraf een nulmeting gedaan m.b.t. hun gezondheid?  B.v. om te kunnen vaststellen dat gehoorschade inderdaad is opgetreden tengevolge van de plaatsing van deze windmolens?  De SGP-fractie wil niet alleen weten waar bewoners naar toe moeten met hun medische en lichamelijke klachten maar ook waar ze terecht kunnen voor de eventuele financiële gevolgen hiervan. Wie is hier straks juridisch aansprakelijk voor?
 
Antwoord gedeputeerde Boerman: De vraag naar een nulmeting kan niet direct beantwoord worden. Dat wordt onder meer bemoeilijkt door uitwisseling van bewoners in het gebied. Wel wil gedeputeerde zich verdiepen en kijken naar de financiële gevolgen voor de bewoners.   
 
In tweede termijn vraagt Jan Slagman aan gedeputeerde: De vraag m.b.t. de voorgestelde nulmeting t.a.v. de gezondheid van de bewoners in het gebied is toch niet zo moeilijk beantwoorden? Gezien de ontwaarding van de woningen en de kwalitatieve achteruitgang van de woon- en leefomgeving door de komst van de windmolens zal er zeer weinig uitwisseling van bewoners  zijn. Naar onze mening zal dit hooguit door  een natuurlijke verloop, door  geboorte en sterfte, plaatsvinden. 
 
Antwoord gedeputeerde Boerman: Nadere informatie en het effect m.b.t. dit onderwerp zal bij de MER-rapportage worden meegenomen. - De externe veiligheid. In de eerste plaats geldt dit natuurlijk m.b.t. de bewoners van dit gebied. In de commissievergadering hebben we het voorbeeld genoemd van ijsafzetting op de draaiende wieken. Op 16 januari j.l. heeft energieproducent Eneco om deze reden een viertal windparken stilgelegd. Hierbij willen we ook betrekken de veiligheid m.b.t. de vogels.
 
Antwoord gedeputeerde Boerman: De externe veiligheid zal in de MER-rapportage worden meegenomen.- Duidelijkheid t.a.v. planschadevergoeding. Aanvragen tot planschade- of schadevergoeding kunnen, volgens gedeputeerde,  pas ingediend worden na realisering van het windpark. De SGP-fractie wil graag zien dat deze verplichtingen via een zgn. kettingbeding ook zullen overgaan op eventuele juridische rechtsopvolgers van het windpark.  Hebben we het goed begrepen dat de Provincie Overijssel planschade uitkeert en dan de schadevergoedingen gaat verhalen bij de initiatiefnemers? Is dit ook juridisch af te dekken? 
 
Antwoord gedeputeerde Boerman: Inderdaad, de Provincie betaalt en gaat dan de schadevergoedingen verhalen bij de initiatiefnemers. Al deze verplichtingen gaan ook over op de juridische rechtsopvolgers.- Wordt de in 2004 vastgestelde  Gemeenschappelijke Beleidsvisie voor Noord-Oost Overijssel niet terzijde geschoven? Deze beleidsvisie spreekt van een afstand van 4 keer de ashoogte tot de bewoning en 6 keer de ashoogte voor de onderlinge afstand? Daarnaast is toch de vuistregel van 400 meter afstand tot de bewoning?
 
Antwoord gedeputeerde Boerman: Deze Gemeenschappelijke Beleidsvisie voor Noord-Oost Overijssel is in 2009 bij de actualisatie van de Omgevingsvisie voor Overijssel, achterhaald.
- Sinds 1 januari 2011 geldt dat de afstand van de windmolens tot de bewoning wordt bepaald door het jaargemiddelde geluidsniveau  van de  windmolens en dan komt men nu tot 320 meter afstand. Hoe is die berekening?
 
Antwoord gedeputeerde Boerman: Het toegestane geluidsniveau voor windmolens bedraagt overdag 47 dBA en voor de nacht 41 dBA.  Door het jaargemiddelde te berekenen komt men tot 320 meter afstand tot de bewoning. De MER-rapportage zal de precieze afstanden nog duidelijk moeten maken. - Wat voor waarde moeten we hechten aan het kaartje op blad 3 van het voorliggend voorstel waarop de voorkeursopstelling van de tien windmolens zijn aangegeven? Hoe definitief zijn de aangegeven plekken als het voorstel wordt aangenomen?
 
Antwoord gedeputeerde Boerman: Op het kaartje is aangegeven waar de tien windmolens in principe kunnen staan. Het mogelijk of onmogelijk is zal blijken uit de MER-rapportage.
- In het bijgaande advies van ‘Het Oversticht’ wordt aangegeven rekening te houden met een bufferzone van 500 meter afstand tot de Ecologische Hoofd Structuur (EHS), dit in tegenstelling tot de afstand van 320 meter tot de bewoning. Dit roept bij de SGP-fractie vragen op. Betekent dit konkreet dat dieren meer bescherming genieten dan de bewoners? 
- Of wordt nu bij de EHS , net als bij de bewoning, het jaargemiddeld geluidniveau toegepast en de afstand ook in verhouding teruggebracht naar 400 meter? 
 
Antwoord gedeputeerde Boerman: Deze vragen beantwoordt gedeputeerde ontkennend. Het zal volgens gedeputeerde Boerman altijd zo zijn dat de mens prevaleert boven het dier.  
-In de commissievergadering heeft gedeputeerde  de toezegging gedaan dat de MER-rapportage eerst door de commissie besproken zal worden, voordat deze de inspraakprocedure ingaat. Wie is eigenlijk de opdrachtgever voor het opstellen van deze MER-rapportage. Is het GS of zijn het de initiatiefnemers?  
 
Antwoord gedeputeerde Boerman: Opdrachtgever is Gedeputeerde Staten.
- Gedeputeerde heeft zijn best gedaan om Provinciale Staten ervan te overtuigen dat het Rijk, als het voorliggend voorstel m.b.t. 10 windmolens wordt afgewezen, haar maatregelen zal nemen en dan zelf met een Rijks Inpassing Plan kan komen. Dat zal dan naar mening van gedeputeerde veel slechter uitpakken dan het nu voorliggend voorstel. Hoe hard is deze dreiging vanuit den Haag?  En wat kunnen concreet de gevolgen zijn?
 
- Daarbij koppel ik gelijk de vraag, kan gedeputeerde toezeggen, als dit voorstel wordt aangenomen, dat het voor eens en altijd blijft bij deze 10 windmolens?
 
Antwoord gedeputeerde Boerman: De Provincie heeft in eerste instantie haar verantwoordelijkheid. Wanneer de Provinciale Staten besluiten niet over te gaan tot het vaststellen van een Provinciaal Inpassings Plan kan het Rijk daarna ingrijpen en komen met een Rijks Inpassings Plan. Dit houdt in dat het Rijk met een plan komt dat door de regel meer dan 100 MW bedraagt.Ten aanzien van de tweede vraag is het antwoord: in de huidige coalitieperiode zal het bij de opdracht van 80 MW in Overijssel blijven. Met deze 10 windmolens wordt 30 MW toegevoegd en kan de 80 MW in Overijssel gehaald worden. Dit betekent voor Dedemsvaart-Zuid in deze periode niet meer dan deze 10 windmolens.- Als laatste vraag: als bouwvergunning verleend wordt, voor hoelang geldt deze? Is het een concessie voor een aantal  jaren met de plicht om daarna weer te slopen en op te ruimen. Hierbij is het toch vanzelfsprekend dat ook in de opdracht inbegrepen is om de ondergrond weer schoon te maken van beton e.d. 
 
Antwoord gedeputeerde Boerman: Door de gemeenten wordt opgenomen wat zij wel of niet in de vergunningen  willen opnemen.De  SGP-fractie heeft een motie ingediend  m.b.t. het plaatsen van de windmolens. Deze motie heeft specifiek betrekking op de hoogte van de molens en de afstand tot de bewoning.In de motie verzoekt de fractie GS om de initiatiefnemers te wijzen op de lopende procedure bij het Europese Hof inzake afstanden in relatie tot internationale verdragen en de initiatiefnemers er op te wijzen dat de risico’s en mogelijke consequenties van de uitspraak die nog moet volgen, ook in financiële zin, voor de initiatiefnemers zijn. 
 
Deze motie is mede ingediend door de fracties 50Plus, ChristenUnie, CDA, VVD en PVV. 
 
Het voorstel van Gedeputeerde Staten om een procedure te starten tot vaststelling van een provinciaal inpassingsplan (PIP), werd gesteund door de SGP en aangenomen met 31 stemmen voor en 14 tegen.
 
De door de SGP-fractie ingediende motie werd aangenomen met eveneens 31 stemmen voor en 14 tegen.